Als zorgen blijven PDF Afdrukken E-mailadres

 

Indien zorgen blijven na doorverwijzing naar hulpverlenende instantie:



Zijn de ouders en het kind  of de cliënt doorverwezen naar een hulpverlenende instantie, dan is het van belang om het kind of het cliëntsysteem te blijven volgen. Wanneer de zorgen blijven bestaan of wanneer er zich opnieuw signalen van kindermishandeling / huiselijk geweld voordoen, dan dient u opnieuw in actie te komen. Kijk welke afspraken eerder zijn gemaakt en check of deze zijn nagekomen en wat de resultaten daarvan zijn geweest. Indien de zorgen / signalen blijven: bespreek dit in het interne zorgteam en overweeg een melding bij het AMK of SHG. 

Wanneer de (reeds bestaande) hulp niet voldoende blijkt te zijn, of wanneer er alsnog een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld blijft bestaan, dan bespreekt u dit met de ouders en/of het kind, cliënt. U geeft aan dat uw zorgen blijven bestaan en u kondigt aan dat u een melding gaat doen.

 

Indien zorgen blijven na een melding bij het AMK of SHG:

Als het goed is neemt het AMK of SHG na enige tijd contact met de melder op om u te laten weten welke actie er  is genomen en welke afspraken er zijn gemaakt. Indien u geen terugkoppeling krijgt van het AMK of SHG kunt u ook zelf contact met hen opnemen. 

Ook nadat u gemeld hebt, blijft u het kind of cliënt volgen. Wanneer zorgen blijven bestaan of wanneer er zich opnieuw signalen van kindermishandeling / huiselijk geweld voordoen, dan komt u opnieuw in actie. Neem z.s.m. contact op met het AMK of SHG en bespreek met hen dat u (nog altijd / opnieuw) signalen opmerkt. Dit kan tot een tweede melding leiden, waarbij het AMK opnieuw de verantwoordelijkheid heeft om de zaak te onderzoeken.

 

Indien ouders hulp weigeren:

Wanneer ouders of cliënt hulp weigeren en er is een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld dan doet u een melding bij het AMK of bij het SHG.

 

Indien het gezin / kind verhuist naar een andere woonplaats:

Bij verhuizing van een kind (gezin) over wie zorgen/vermoedens bestaan van kindermishandeling/huiselijk geweld, dient u contact op te nemen met uw collega (organisatie) in de nieuwe woonplaats van het kind. Dit kan zijn de aandachtsfunctionaris of leidinggevende van de nieuwe kinderopvangorganisatie, school,ggz-organisatie, amw, huisarts of jeugdarts/jeugdverpleegkundige. Met de betreffende professional in de nieuwe woonplaats worden de zorgen besproken. Het stappenplan van het protocol wordt binnen de nieuwe woonplaats (nieuwe kinderdagopvang/school/behandelplek) opnieuw in werking gezet.

Indien een kind/cliënt al bij het AMK of SHG bekend is, dan zullen zij met het AMK /SHG in de nieuwe woonplaats kontakt opnemen en hun gegevens overdragen.