Niets doen is geen optie!

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

 

Vraag informatie

Mogelijkheden voor ingrijpen voor de geboorte

 

 

In de jeugdketen komt men aanstaande moeders tegen waarover zorgen bestaan of zij hun kind na de bevalling een veilige omgeving kunnen bieden. Ingrijpen na de geboorte is een optie, maar waar mogelijk kan ook voor de geboorte al hulpverlening worden geboden of een gedegen plan worden ingezet voor na de geboorte. Dit voorkomt overhaaste situaties rondom de geboorte. Ook kan de tijd van de zwangerschap van de aanstaande moeder worden benut om een goede inschatting te maken van de capaciteiten en beperkingen van de moeder. En om waar mogelijk de baby te beschermen tegen schadelijke invloeden.

Doelgroepen:

• Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid

• Aanstaande moeders met psychiatrische problematiek

• Aanstaande moeders die middelen gebruiken tijdens de zwangerschap

• Aanstaande moeders die minderjarig zijn

• Aanstaande moeders die hun zwangerschap niet of onvoldoende laten controleren/behandelen

Vrijwillige hulpverlening is mogelijk

Vrijwillige hulpverlening heeft altijd de voorkeur. De hulpverlening in een vrijwillig kader oefent drang uit op de aanstaande moeder met het doel de situatie voor het ongeboren kind te verbeteren. Elke hulpverlener of arts heeft vanuit zijn professionele verantwoordelijkheid ook een verantwoordelijkheid voor het ongeboren kind, door over de hulpvraag van de aanstaande moeder heen te kijken en ongevraagde (bemoei)zorg te bieden. Indien nodig kan de professional melden bij hVeilig Thuis. Ouders ervaren doorgaans een melding bij Veilig Thuis als een ernstig drukmiddel, waardoor zij eventueel gemotiveerd worden alsnog vrijwillig mee te werken. Ook wordt tijdig duidelijk hoe de situatie er na de geboorte uit kan zien: of moeder en kind samen blijven en zo ja, op welke manier.

Dat moeder en kind niet samen kunnen blijven staat al vast

Deze situaties zullen er helaas altijd zijn. Het gaat hier vaak om de extremen van de doelgroepen, zoals aanstaande moeders met zware psychiatrische problemen of ernstig drugsgebruik. Meestal zijn eerdere kinderen ook al uit huis geplaatst. In deze gevallen ligt de nadruk op het voorbereiden van uithuisplaatsing na de geboorte. Bij voorkeur is alles geregeld als het kind zich aandient en zijn de voornemens met betrokkenen (ziekenhuis etc.) doorgesproken.

Gedwongen kader nodig

Pas als vrijwillige hulpverlening niet wordt geaccepteerd of niet aanslaat wordt een gedwongen kader (OTS of Bopz) overwogen. Belangrijk bij de overwegingen voor een OTS of Bopz is of de maatregel de situatie voor het kind kan verbeteren.

Ten aanzien van OTS’en voor de geboorte: deze vinden nu meestal niet lang voor de geboorte plaats, of daar vlak na. Dit gaat vaak gepaard met veel stress, onduidelijkheid en samenwerkingsproblemen. Juridisch zijn er geen belemmeringen voor een ondertoezichtstelling (OTS) navenant eerder in de zwangerschap. De kinderrechter kan een OTS uitspreken vanaf drie maanden voor de geboorte. Hoewel de gezinsvoogd een eventuele uithuisplaatsing pas ná de zwangerschap daadwerkelijk kan inzetten, kan dit tijdens de zwangerschap een pressiemiddel zijn. De insteek is wat de gezinsvoogd wél kan doen voor de geboorte. Het idee is dat de gezinsvoogd ook (of juist) voor deze gevallen veel kan betekenen. Er kan een inschatting worden gemaakt van de capaciteiten van de moeder en haar netwerk. Zij kan hierin worden begeleid.

Verder kan de gezinsvoogd geïndiceerde jeugdzorg opleggen aan de aanstaande moeder. De OTS voor de geboorte is ook bedoeld om de moeder een kans te geven: in sommige gevallen kan de OTS ertoe leiden dat er na de geboorte bijvoorbeeld geen uithuisplaatsing wordt gevraagd, waar die vroeger wel zou zijn gevraagd. Of dat er tijdig een plek wordt gevonden in een voorziening voor moeders en kinderen. Er blijven echter altijd gevallen waarin alsnog een machtiging uithuisplaatsing nodig zal zijn na de geboorte. Deze kan tijdig worden voorbereid en aangevraagd en komt als het goed is minder als een verrassing.

 

 

 

In de jeugdketen komt men aanstaande moeders tegen waarover zorgen bestaan of zij hun kind na de bevalling een veilige omgeving kunnen bieden. Ingrijpen na de geboorte is een optie, maar waar mogelijk kan ook voor de geboorte al hulpverlening worden geboden of een gedegen plan worden ingezet voor na de geboorte. Dit voorkomt overhaaste situaties rondom de geboorte. Ook kan de tijd van de zwangerschap van de aanstaande moeder worden benut om een goede inschatting te maken van de capaciteiten en beperkingen van de moeder. En om waar mogelijk de baby te beschermen tegen schadelijke invloeden.

Doelgroepen:

• Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid

• Aanstaande moeders met psychiatrische problematiek

• Aanstaande moeders die middelen gebruiken tijdens de zwangerschap

• Aanstaande moeders die minderjarig zijn

• Aanstaande moeders die hun zwangerschap niet of onvoldoende laten controleren/behandelen

Vrijwillige hulpverlening is mogelijk

Vrijwillige hulpverlening heeft altijd de voorkeur. De hulpverlening in een vrijwillig kader oefent drang uit op de aanstaande moeder met het doel de situatie voor het ongeboren kind te verbeteren. Elke hulpverlener of arts heeft vanuit zijn professionele verantwoordelijkheid ook een verantwoordelijkheid voor het ongeboren kind, door over de hulpvraag van de aanstaande moeder heen te kijken en ongevraagde (bemoei)zorg te bieden. Indien nodig kan de professional melden bij hVeilig Thuis. Ouders ervaren doorgaans een melding bij Veilig Thuis als een ernstig drukmiddel, waardoor zij eventueel gemotiveerd worden alsnog vrijwillig mee te werken. Ook wordt tijdig duidelijk hoe de situatie er na de geboorte uit kan zien: of moeder en kind samen blijven en zo ja, op welke manier.

Dat moeder en kind niet samen kunnen blijven staat al vast

Deze situaties zullen er helaas altijd zijn. Het gaat hier vaak om de extremen van de doelgroepen, zoals aanstaande moeders met zware psychiatrische problemen of ernstig drugsgebruik. Meestal zijn eerdere kinderen ook al uit huis geplaatst. In deze gevallen ligt de nadruk op het voorbereiden van uithuisplaatsing na de geboorte. Bij voorkeur is alles geregeld als het kind zich aandient en zijn de voornemens met betrokkenen (ziekenhuis etc.) doorgesproken.

Gedwongen kader nodig

Pas als vrijwillige hulpverlening niet wordt geaccepteerd of niet aanslaat wordt een gedwongen kader (OTS of Bopz) overwogen. Belangrijk bij de overwegingen voor een OTS of Bopz is of de maatregel de situatie voor het kind kan verbeteren.

Ten aanzien van OTS’en voor de geboorte: deze vinden nu meestal niet lang voor de geboorte plaats, of daar vlak na. Dit gaat vaak gepaard met veel stress, onduidelijkheid en samenwerkingsproblemen. Juridisch zijn er geen belemmeringen voor een ondertoezichtstelling (OTS) navenant eerder in de zwangerschap. De kinderrechter kan een OTS uitspreken vanaf drie maanden voor de geboorte. Hoewel de gezinsvoogd een eventuele uithuisplaatsing pas ná de zwangerschap daadwerkelijk kan inzetten, kan dit tijdens de zwangerschap een pressiemiddel zijn. De insteek is wat de gezinsvoogd wél kan doen voor de geboorte. Het idee is dat de gezinsvoogd ook (of juist) voor deze gevallen veel kan betekenen. Er kan een inschatting worden gemaakt van de capaciteiten van de moeder en haar netwerk. Zij kan hierin worden begeleid.

Verder kan de gezinsvoogd geïndiceerde jeugdzorg opleggen aan de aanstaande moeder. De OTS voor de geboorte is ook bedoeld om de moeder een kans te geven: in sommige gevallen kan de OTS ertoe leiden dat er na de geboorte bijvoorbeeld geen uithuisplaatsing wordt gevraagd, waar die vroeger wel zou zijn gevraagd. Of dat er tijdig een plek wordt gevonden in een voorziening voor moeders en kinderen. Er blijven echter altijd gevallen waarin alsnog een machtiging uithuisplaatsing nodig zal zijn na de geboorte. Deze kan tijdig worden voorbereid en aangevraagd en komt als het goed is minder als een verrassing.

 

aanstaande moeders met een verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid

 

 

Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid

 

Het betreft moeders (ouders) met een licht, matig of ernstig verstandelijke beperking(IQ lager dan 70).Een verstandelijke beperking kan een belemmering zijn voor het ouderschap. Er komt veel kijken bij de verzorging van een baby, zowel op praktisch als op emotioneel niveau.Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking kunnen deze zorg niet altijd aan.Er is vaak ook sprake van een beperking op sociaal-emotioneel gebied. Ouders kunnen hun kind bv niet troosten bij verdriet, gevaar niet goed inschatten en de behoeften van het kind niet aanvoelen en onderkennen.

Bij het sterk achterblijven op sociaal-emotioneel niveau, ook bij zwakbegaafde ouders(IQ tussen 70 en 85), kan dit geleid hebben tot problemen in de sociale interactie en/of het gedrag, zoals :

• ADHD

• oppositioneel-opstandige en anti-sociale gedragsstoornis

• agressie regulatiestoornis

• reactieve hechtingsstoornis

• angststoornis

• dwangverschijnselen

• obsessief-compulsieve stoornis: dwanggedachten, dwangvoorstellingen, dwanghandelingen

• stemmingsstoornis

In sommige gevallen kan ondersteuning door het netwerk of hulpverlening uitkomst bieden, maar dit is niet altijd voldoende. Voor moeders met een verstandelijke beperking is vaak specialistische hulp noodzakelijk. Van belang is dat de aanstaande moeder de nodige hulp krijgt aangeboden, deze accepteert en ervan profiteert.

Tijdens de zwangerschap is het van belang dat de aanstaande moeder zich realiseert dat zij gezond moet leven. Ook moeten er voorbereidingen worden getroffen voor de geboorte en de inrichting van het huis. Tot slot moet een inschatting worden gemaakt van de mogelijkheden die de aanstaande moeder heeft om het kind al dan niet zelfstandig op te voeden na de geboorte.

 

aanstaande moeders met psychiatrische problematiek

 

 

 
 

Van belang is op welke manier de aanstaande moeder door de stoornis wordt beïnvloed en hoe dit zich verhoudt tot een veilige zwangerschap en haar opvoedcapaciteiten na de geboorte. Hierbij is bijvoorbeeld de mate van veiligheid die de moeder het kind kan bieden van belang. 

Ongeveer twee op de tien zwangere vrouwen en kraamvrouwen heeft een psychiatrische aandoening zoals een ernstig depressieve stoornis, een paniekstoornis, een post partum (=na de bevalling) psychose of een post partum depressie.

Als de drang in het vrijwillige kader niet wordt geaccepteerd of te weinig soelaas biedt kan worden gedacht aan een ondertoezichtstelling. De gezinsvoogd wil weten of de moeder met een stoornis over voldoende (volgens het ‘goed genoeg’ principe) opvoedingsvaardigheden beschikt om het kind na de geboorte datgene te bieden wat het nodig heeft. Daarnaast kunnen er beschermende factoren zijn in de omgeving, die als verzachting of tegenwicht fungeren. Als de moeder zodanig onder de stoornis lijdt dat zij haar kind niet zal kunnen opvoeden is het belangrijk om te weten of er ondersteunende interventies zijn die dit tekort kunnen aanvullen, zodat moeder nog wel de opvoeder kan blijven. Als het antwoord daarop nee is, dan is de beslissing uithuisplaatsing na de geboorte.

Aandachtspunten:

1. Is er sprake van een stoornis? Welke is dat? Wordt moeder daarvoor behandeld?              

2. Zo ja: Is het dagelijks leven door de stoornis ernstig belemmerd?

3. Zo ja: Maakt die belemmering dat de moeder niet goed kan opvoeden en wat komt het ongeboren kind  tekort?

4. Zo ja: Zijn er beschermende personen of structuren aanwezig of te mobiliseren, waardoor het mogelijk is dat de moeder toch de opvoeder blijft?

5. Indien nee; besluit tot uithuisplaatsing na de geboorte

 De gezinsvoogd kan nagaan of het ongeboren kind bedreigd wordt, of er beschermende factoren zijn. Als er sprake is van beschermende factoren en personen, dat geeft de gezinsvoogd deze een plaats in de actieagenda (realisatie van de werkdoelen). Als er geen beschermende factoren zijn, dan tracht de gezinsvoogd deze te realiseren. Het netwerk wordt geactiveerd, of er wordt aanvullende hulp en ondersteuning in het leven geroepen. Als dat uiteindelijk niet zou blijken te werken, komt vraag 5 aan de orde. Een belangrijke beschermende factor is de mate van openheid en communicatie in het gezin. Het advies aan moeders met een psychische stoornis is trachten te accepteren dat zij een stoornis hebben, zich er niet schuldig over voelen of zich ervoor schamen, hulp te zoeken en er veel met anderen over te praten.

  Indien nee; moet er besloten worden tot uithuisplaatsing na de geboorte

De veiligheid en het belang van het ongeboren kind staat centraal. Als de stoornis een goede en veilige verzorging en opvoeding van het kind onmogelijk maakt is uithuisplaatsing aan de orde. Het ongeboren kind kan vanaf de geboorte uithuis geplaatst worden. De stoornis van de moeder heeft implicaties voor de wijze waarop uithuisplaatsing plaatsvindt, hoe de moeder kan worden voorbereid op de uithuisplaatsing. In het algemeen is het van belang dat dit op transparante wijze gebeurt waarbij de moeder precies weet waar ze aan toe is en met respect wordt bejegend.

(Bovenstaand stuk is bewerking tekst Deltaplan naar situatie ongeboren kind.)

 

drugsgebruik

 

 

 

Drugsgebruik tijdens de zwangerschap is schadelijk voor het ongeboren kind. Daarnaast zijn er grote risico's voor de gezondheid van moeder en kind tijdens de bevalling en voor en na de geboorte. Er is een hoger risico op aangeboren afwijkingen bij het kind. Te denken valt aan: groeiachterstand, hersenbloedingen en prematuriteit bij het kind, hoge bloeddruk bij moeder en kind, placenta loslating, ernstige bloedingen voor en tijdens de bevalling bij de moeder, ademhalingsproblemen en trekkingen bij het pasgeboren kind (zie www.jellinek.nl). Het kind kan verslaafd ter wereld komen. Ook is het de vraag of de aanstaande moeder na de geboorte voor het kind zal kunnen zorgen.

 Drugsgebruik kan de uitwerking van andere stoornissen fors verergeren. Andere kenmerken zijn:

  • Ontremming
  • Impulsiviteit
  • Explosieve woedeaanvallen
  • Agressie
  • Mishandeling
  • Apathie

 Probleemgebieden kunnen zijn:

  • Verwaarloosd huishouden
  • Geldgebrek
  • Opvoeding, niet aanwezig (letterlijk of figuurlijk) als opvoeder
  • Veiligheid

 

alcohol

 

 

Alcohol

Wanneer vrouwen tijdens de zwangerschap veel alcohol drinken, kan dit allerlei geestelijke en lichamelijk afwijkingen veroorzaken bij het kind. Deze afwijkingen worden samen aangeduid met de term 'foetaal alcoholsyndroom'. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het aantal gevallen per jaar varieert tussen 0,3 / 0,9 gevallen per 10.000 geboorten. Dit cijfer is afhankelijk van het percentage vrouwen dat alcohol drinkt in de leeftijdscategorie waarin men gewoonlijk kinderen krijgt, en verschilt dus van land tot land.

 

De invloed van alcohol op de foetus :

Alcohol wordt snel in de bloedsomloop opgenomen. De alcohol blijft in het bloed circuleren tot deze geheel is afgebroken door de lever. Bij een zwangere vrouw betekent dit dat de alcohol via het bloed in de placenta komt en vandaar naar de foetus gaat. Dit kan de ontwikkeling van het ongeboren kind ernstig verstoren. 

Verschijnselen

Een kind dat wordt geboren met het foetaal alcoholsyndroom heeft geestelijke en lichamelijke gebreken. Het kan leerproblemen, concentratiestoornissen, een zwak geheugen, een vertraagde ontwikkeling en spraakproblemen hebben. Mentale retardatie (zwakzinnigheid) is een van de ernstigste verschijnselen bij het foetaal alcoholsyndroom. Wat betreft de lichamelijke verschijnselen is vertraagde groei een van de meest voorkomende afwijkingen; de baby is vaak lichter en kleiner dan normale baby's. Het hoofdje is kleiner dan normaal. Ook vertonen pasgeboren baby’s soms gezichtsafwijkingen, met ver uit elkaar staande, kleine ogen, kleine tanden met abnormaal glazuur, een korte wipneus en een abnormale bovenlip. Daarnaast kunnen deze kinderen afwijkingen aan diverse organen hebben, zoals hartafwijkingen, afwijkingen van de geslachtsdelen, gehoorproblemen en problemen met de nieren en de urinewegen.

Hoeveel alcohol is maximaal toegestaan tijdens zwangerschap? Het staat niet vast hoeveel alcohol veilig kan worden gedronken tijdens de zwangerschap en in welke periode van de zwangerschap het risico het grootst is. Daarom is het beter om tijdens de zwangerschap helemaal niet te drinken. 

Bron www.gezondvgz.nl

 

Behandeling

Aangeboren afwijkingen bij de foetus als gevolg van alcoholgebruik door de moeder zijn definitief. Door chirurgische ingrepen kunnen sommige van de lichamelijke afwijkingen worden gecorrigeerd. Kinderen die worden geboren met een foetaal alcoholsyndroom zullen echter de rest van hun leven in hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling achterblijven bij het gemiddelde.

 

 

tabak

 

 

 

Het gebruik van tabak tijdens de zwangerschap kan de volgende gevolgen hebben:

 

  • Lager gewicht baby tijdens zwangerschap en geboorte; kans op ziekte en sterfte hierdoor hoger
  • Groeiachterstand foetus en kind
  • Risico vroeggeboorte (+ uit onderzoek is gebleken dat baby’s die vijf of meer weken te vroeg worden geboren, een aanmerkelijke lichamelijke en sociale achterstand op kunnen lopen in verhouding tot voldragen kinderen.
  • Gevoeligheid voor aandoeningen
  • Verdubbeling risico wiegendood
  • Borstvoeding moeizamer, melk minder voedzaam

 

De gevolgen van tabak kunnen ernstiger zijn dan die van drugs: de stoffen uit de geïnhaleerde rook komt directer bij het kind terecht. Er is nog niet veel ervaring met het optreden tegen moeders die door blijven roken tijdens de zwangerschap.

 

 

aanstaande moeders die minderjarig zijn

 

 

 

 

Aanstaande minderjarige moeders hebben vaak (nog) niet de capaciteiten om een kind op te voeden. De tijd van de zwangerschap kan worden gebruikt om hier een inschatting van te maken.

Omdat de moeder minderjarig is kan zij niet het gezag over het kind krijgen als het geboren is. De Raad voor de Kinderbescherming moet daarom een voogdijmaatregel aanvragen. Het gezag gaat dan naar een familielid (bijv. oma) of een jeugdzorginstelling. Als de moeder 18 wordt kan zij het gezag over haar kind krijgen, tenzij hier bezwaren tegen zijn. Zij moet hiervoor met behulp van een advocaat een verzoek indienen bij de rechtbank.

 

 

bron:werkgroep

Bron: werkgroep

Raad voor de Kinderbescherming Amsterdam

Raad voor de Kinderbescherming Noord-Holland

Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam

Bureau Jeugdzorg Noord-Holland

William Schrikker Groep

 

Ondersteund door: