Afdrukken

 

 

 

 

 


 

Signalenlijst van de 5 leefgebieden (bron: verwijsindex)

 

Signalenlijst

 

Deze signalenlijst geeft een overzicht van de leefgebieden waarop mogelijk signalen van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen zijn. Het betreft signalen bij de jeugdige, de ouders, tussen ouder en jeugdige en in de sociale omgeving van het gezin die schadelijk/belemmerend zijn en/of bedreigend kunnen zijn voor de ontwikkeling van de jeugdige (0 tot 23 jaar).

Uitgangspunt bij het signaleren is altijd de mogelijke bedreiging van de gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugdige. Zowel signalen die wijzen op risicofactoren (bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige) als beschermende factoren (positieve invloed op de ontwikkeling van de jeugdige) kunnen worden meegenomen.

Belangrijke aspecten bij kind-signalen zijn de volgende:

 

 

 

Materiële omstandigheden

 In het leefgebied ‘Materiële omstandigheden’ worden problemen genoemd die betrekking hebben op de woonomstandigheden van de jeugdige, de kwaliteit van de materiële verzorging van de jeugdige, de kwaliteit en veiligheid van de buurt waarin de jeugdige opgroeit en de financiële situatie van de jeugdige/het gezin.

  1. Er zijn problemen betreffende de woning waarin de jeugdige woont.
  2. De jeugdige krijgt onvoldoende materiële verzorging of er is sprake van onvoldoende investering in algemeen gangbare uitgaven.
  3. Het gezin/de jeugdige heeft financiële problemen of is afhankelijk van een uitkering en/of anderen.
  4. Het gezin/de jeugdige woont in een buurt die ontoereikend of onveilig is voor het grootbrengen/opgroeien van jeugdigen.
  5. Het gezin/de jeugdige heeft geen vaste woon- of verblijfplaats of verhuist vaak.

 

 

Gezondheid, lichamelijk functioneren, seksualiteit en verzorging

 Het leefgebied ‘Gezondheid’ betreft de lichamelijke en de geestelijke gezondheid van de jeugdige en/of de ouder(s) en het functioneren en de ontwikkeling van de jeugdige.

  1. De jeugdige heeft problemen of een stoornis op het gebied van het emotionele en/of sociale functioneren en/of het gedrag.
  2. Risicovol gedrag van de ouder(s) en/of inadequate lichamelijke en medische verzorging die de (ongeboren) jeugdige kan schaden.
  3. De jeugdige heeft (onverklaarbaar) letsel en/of lichamelijke klachten die op kindermishandeling of jeugdprostitutie kunnen wijzen.
  4. De jeugdige is minderjarig en (aanstaand) ouder.
  5. Er is sprake van middelenmisbruik (alcohol, drugs, medicatie), gok- of computerverslaving bij de jeugdige en/of de ouder(s)/ander gezinslid.
  6. De ouder (of een ander gezinslid) heeft fysieke/zintuiglijke problemen en/of handicaps, sociale, emotionele, cognitieve of gedragsproblemen en/of een specifieke emotionele, gedrags- of persoonlijkheidsstoornis.
  7. Ingrijpende gebeurtenissen (life events).

 

 

Opvoeding & gezinsrelaties

 Het leefgebied ‘Opvoeding & Gezinsrelaties’ betreft de pedagogische en relationele condities in het gezin waarin de jeugdige opgroeit.

  1. Er is onenigheid binnen het gezin of tussen de ouders en/of de relatie tussen jeugdige en ouders is problematisch.
  2. De jeugdige is slachtoffer van kindermishandeling.
  3. De ouders hebben problemen in de opvoeding van de jeugdige en/of er zijn factoren die het ouderschap bemoeilijken.
  4. Er is sprake van een civielrechtelijke kinderbeschermingsmaatregel.
  5. Er zijn problemen met veranderingen in de gezinssamenstelling (die voor instabiliteit in het gezin zorgen).
  6. Er is sprake van hulpverlening aan een gezinslid vanwege ernstige problematiek.
  7. Een ander gezinslid dan de jeugdige is betrokken bij criminele activiteiten.

 

 Onderwijs & Werk

 Het leefgebied ‘Onderwijs & Werk’ betreft het onderwijs (ook kinderopvang en buitenschoolse opvang) dat de jeugdige volgt en/of het werk dat de jeugdige heeft. Daarnaast gaat het ook om de omstandigheden die de onderwijs- en/of werksituatie van de jeugdige kunnen beïnvloeden.

  1. De jeugdige heeft problemen in het cognitief functioneren, leren en schoolprestaties.
  2. De jeugdige is van school/kinderopvang gestuurd.
  3. De jeugdige wisselt veelvuldig van school.
  4. De jeugdige is leerplichtig en gaat niet naar school.
  5. De jeugdige is niet meer leerplichtig, maar heeft geen baan/praktijkonderwijs, geen startkwalificatie, geen vrijwilligerswerk en/of participeert onvoldoende in de samenleving.
  6. Kenmerken van de dagbesteding (school, kinderopvang, buitenschoolse opvang of werk)
    die op problemen en/of risico’s kunnen wijzen.
  7. Kenmerken van opleiding/werk/betrokkenheid ouder(s) die op problemen en/of risico’s
    kunnen wijzen.

 

 Sociale omgeving buiten het gezin

Het leefgebied ‘Sociale omgeving buiten het gezin en de school’ betreft de omgeving (en met name de relaties in die omgeving) van de jeugdige buiten het gezin en buiten school/werk en het gedrag van de jeugdige in die omgeving. Dus bijvoorbeeld de kwaliteit van vriendschapsrelaties, het gedrag van de jeugdige (en evt. overlast/criminaliteit) op straat en openbare plekken (kinder- en jongerenwerk in buurthuis, winkels, cafés, etc.).

  1. Er is sprake van een gebrekkig(e) (interactie met het) sociaal netwerk van de ouders en/of de jeugdige heeft geen hobby’s of interesses.
  2. De jeugdige en/of ouders maken geen of weinig gebruik van (sociale) voorzieningen en/of zijn onbereikbaar voor voorzieningen en/of zijn zorgwekkende zorgmijders.
  3. De jeugdige en/of zijn ouders ervaren uitsluiting, discriminatie of intimidatie/pesterij als gevolg van het behoren tot een specifieke groep.
  4. De relatie tussen de jeugdige en leeftijdsgenoten en/of volwassenen is problematisch.
  5. De jeugdige en/of zijn ouders hebben in de leefomgeving gedragsproblemen of zijn betrokken bij criminele activiteiten.
  6. De jeugdige is slachtoffer van criminaliteit.
  7. De jeugdige heeft een strafrechtelijke maatregel.
  8. De jeugdige is makkelijk beïnvloedbaar door anderen en daardoor kwetsbaar.

Deze lijst is gebaseerd op de handleiding Melden voor de Verwijsindex (www.meldcriteria.nl)

 


Signalenlijst 0-4 jaar

 Deze lijst is bestemd voor mensen die beroepshalve te maken hebben met kinderen van 0-4 jaar. Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het bewijs te leveren van de mishandeling. het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen.

  1. Psycho-sociale signalen

Ontwikkelingsstoornissen

 

Relationele problemen:

ten opzichte van volwassenen

ten opzichte van andere kinderen

 

Gedragsproblemen:

 

2. Medische signalen

Lichamelijke kenmerken (specifiek voor lichamelijke mishandeling)

 

Voedingsproblemen

 

Verzorgingsproblemen

 

 3. Signalen specifiek voor seksueel misbruik

Lichamelijke kenmerken:

 

Relationele problemen

 

Gedragsproblemen

afwijkend seksueel gedrag

 

 


 

 

Signalenlijst kindermishandeling (4-12 jaar)

Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.)

 

Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met de JGZ arts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.

Signalenlijst 4-12 jaar

 

  1. 1. Psycho-sociale signalen

Ontwikkelingsstoornissen

 

relationele problemen t.o.v. de ouders

 

relationele problemen t.o.v andere volwassenen

 

relationele problemen t.o.v. andere kinderen

 

gedragsproblemen

 

2. Signalen die specifiek zijn voor de schoolsituatie

 

 

3. Medische signalen

 

lichamelijke kenmerken (specifiek voor lichamelijke mishandeling)

 

verzorgingsproblemen (specifiek voor verwaarlozing)

 

overige medische signalen

 

  1. 1. Kenmerken ouders/gezin

Ouder-kind relatiestoornis

 

Signalen ouder

 

gezinskenmerken

 

5. Specifieke signalen bij seksueel misbruik

 

lichamelijke kenmerken

 

relationele problemen

 

gedragsproblemen

 

6. Signalen die specifiek zijn voor het syndroom van Münchhausen by Proxy (MBPS)

 

 

Het onderscheid met postnatale depressie bij de moeder, wiegendood of kinderen die niet goed groeien veroorzaakt door iets anders dan MBPS, is dat in deze gevallen de moeders vaak dankbaar zijn als ze ontlast worden van de zorg voor hun kind, terwijl MBPS-moeders die zorg niet willen uitbesteden.

 

bewerking van Vecht 2000

 

 

 

 


Signalen meisjesbesnijdenis

 

Directe gevolgen tijdens en na de ingreep:

 

Mogelijke gevolgen na de ingreep:

Een vermoeden van meisjesbesnijdenis actueel of in de toekomst moet direct bij het AMK gemeld worden.Overleg indien mogelijk eerst met JGZ Er is een handelingsprotocol meisjesbesnijdenis dat beschrijft wat er na een melding kan gebeuren.

 


Signalen eergerelateerd geweld

 

Angst:

 

Verandering van gedrag:

 

Ontwijkend gedrag:

 

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaak is ook mogelijk.